WAT IS DELPHER.NL

<B>WAT IS DELPHER.NL</B>

In Delpher vindt u miljoenen gedigitaliseerde teksten uit Nederlandse kranten, boeken en tijdschriften die u allemaal woord voor woord kunt doorzoeken. De teksten komen uit de collecties van diverse wetenschappelijke instellingen, bibliotheken en erfgoedinstellingen. Ze worden hier onder één knop aangeboden om het vinden van informatie voor u gemakkelijk te maken.

Meer dan 100 miljoen pagina’s voor iedere bezoeker

Het maakt niet uit wat voor onderzoek u doet en op welk niveau. Delpher biedt voor iedereen de originele teksten uit meer dan ruim 1,3 miljoen kranten, 4,4 miljoen tijdschriftpagina’s en meer dan 500.000 boeken van de 15de tot de 21ste eeuw. In het totaal vindt u in Delpher meer dan 100 miljoen pagina’s en dit aanbod zal de komende jaren alleen maar groeien.

Vrij te gebruiken voor privé-doeleinden en onderzoek

Al het materiaal uit Delpher mag u voor eigen onderzoek vrij gebruiken. Als u er meer mee wilt doen, lees dan de gebruiksvoorwaarden.

Instructiefilmpjes

TELEFOONBOEKEN

<B>TELEFOONBOEKEN</B>

1901. Rijksgids voor den intercommunalen en den internationalen telephoondienst.

1904. Rijksgids voor den telefoondienst.

1905. Rijksgids voor den telefoondienst.

1906. Rijksgids voor den telefoondienst.

1910. Rijksgids voor den telefoondienst.

1913. Rijksgids voor den telefoondienst.

1915. Rijksgids voor den telefoondienst.

1917. Rijksgids voor den telefoondienst.

1920. Rijksgids voor den telefoondienst.

1921. Rijksgids voor den telefoondienst.

1922. Rijksgids voor den telefoondienst.

1923. Rijksgids voor den telefoondienst.

1924. Rijksgids voor den telefoondienst.

1925. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1926. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1927. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1928. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1929. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1930. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1931. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1932. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1933. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1934. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1935. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1936. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1937. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1938. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1939. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1940. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1941. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1942. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1943. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1946. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1947. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1948. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1949. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

1950. Rijksgids voor den interlocalen telefoondienst.

50 VRAGEN VOOR DE FAMILIE

<B>50 VRAGEN VOOR DE FAMILIE</B>
  1. Wat is je complete naam?
  2. Waarom hebben je ouders jou deze naam gegeven?
  3. Heb/had je een bijnaam?
  4. Wanneer en waar ben je geboren?
  5. Ben je altijd in die plaats blijven wonen?
  6. In welke plaatsen heb je nog meer gewoond?
  7. Wat was het adres / waren de adressen?
  8. Was er familie die in de buurt woonde? Wie?
  9. In wat voor huis woonde je? (rijtjeshuis, flat, boerderij)
  10. Hoe zag het huis er uit? (kamers / slaapkamers / bijkeuken / schuur)
  11. Hadden jullie telefoon? Wat was het nummer?
  12. Waren er bijzondere dingen aan het huis die je je herinnert? (bedstee / schilderingen / waterpomp)
  13. Wat is je oudste herinnering uit je kindertijd?
  14. Wat is je leukste herinnering uit je kindertijd?
  15. Beschijf je gezinsleden (uiterlijk en karakter)
  16. Wat voor beroep deed je vader?
  17. Wat voor spelletjes deed je als kind?
  18. Wat was je favoriete speelgoed en waarom?
  19. Wat deed je het liefst in je vrije tijd?
  20. Waar was je goed in? (muzikaal, tekenen, sport)
  21. Waar was je minder goed in? Was het lastig dat je dat niet goed kon?
  22. Kreeg je zakgeld? Wat deed je ermee?
  23. Waren er in je familie woorden/uitspraken die alleen jullie gebruikten?
  24. Naar welke school ben je geweest?
  25. Wat vond je leuk op school?
  26. Wat vond je niet leuk op school?
  27. Deed je aan sport? Welke sport?
  28. Wat was mode toen je jong was? (kleding / kapsels/ muziek)
  29. Had je huisdieren? Wat voor ras en wat was de naam?
  30. Heb je in de krant gestaan? Waarvoor?
  31. Hoe werden feestdagen gevierd in de familie? (verjaardag / kerst / oud en nieuw) Waren er tradities?
  32. Hadden jullie een auto? Welk merk?
  33. Zijn er verhalen over je ouders / grootouders en andere familieleden?
  34. Hoe heten je ouders?
  35. Hoe heten je grootouders?
  36. Zijn er familieleden die iets bijzonders hebben gedaan?
  37. Worden kinderen in de familie vernoemd naar familieleden?
  38. Wat is de volledige naam van je echtgenoot / echtgenote?
  39. Hoe en wanneer heb je je echtgenoot / echtgenote ontmoet?
  40. Wat vond je leuk aan hem/haar?
  41. Wat vond je minder leuk aan hem/haar?
  42. Wat deden jullie op je eerste afspraak?
  43. Hoe was het om zijn / haar familie te ontmoeten?
  44. Hoe en waar heeft hij / zij je ten huwelijk gevraagd?
  45. Wanneer en waar zijn jullie getrouwd?
  46. Wat herinner je je het meest van je trouwdag?
  47. Welke cadeau’s kreeg je op je trouwdag?
  48. Wat was je beroep en waarom ben je dat gaan doen?
  49. Van alle dingen die je leerde in je leven, wat was de meest waardevolle?
  50. Wat moeten mensen zich over jou herinneren na je overlijden?

VONDELINGEN PROTEST IN 1789

<B>VONDELINGEN PROTEST IN 1789</B>

De man die in 1789 in Leuven (Belgie) de vondelingen moest registeren was, net als bijna de hele bevolking, geen aanhanger van keizer Jozef II. Waar de bevolking opriep tot verzet en er een opstand dreigde had deze ambtenaar zijn eigen manier van stil protest.

Op 27 januari werd bij de ambtenaar een vondeling aangegeven. Een meisje dat volgens een bijgevoegd briefje de naam “Maria Theresia” had gekregen. Aan de ambtenaar de taak om haar een achternaam (familienaam) te geven. In de keuze was hij vrij zolang het maar niet een bestaande achternaam zou zijn. Dat zou alleen maar problemen kunnen geven. De ambtenaar gaf haar als achternaam “Enfin”. Dat jaar zou de ambtenaar veel meer vondelingen een vreemde achternaam geven. Waarom hij dat deed begrijp je alleen als je alle achternamen van de dat jaar geregistreerde vondelingen achter elkaar leest.

  • 27 januari – Maria Theresia Enfin
  • 7 februari – Petrus Alles
  • 10 februari – Joanna Maria Gaetom
  • 16 februari – Antonius Zeep
  • 23 februari – Joanna Ende
  • 25 februari – Joannes Maegere
  • 2 maart – Maria Ratten
  • 3 maart – Franciscus Antonius Worden
  • 22 maart – Cecelia Vet
  • 23 maart – Lucia Metge
  • 4 april – Antonius Stolen
  • 14 april – Franciscus Goed
  • 17 april – Dominicus Zoodat
  • 20 april – Ludovicus Stelen
  • 6 mei – Michael Herboots
  • 8 mei – Leopoldis Rooven
  • 14 mei – Josina Plunderen
  • 23 mei – Philippus Geene
  • 5 juni – Anna Catharina Zonde
  • 14 juni – Henricus Meer
  • 14 juni – Paulus Enis
  • 16 juni – Josephus Helaes
  • 23 juni – Dorethea Onder
  • 5 juli – Maria Elisabetha Watti
  • 20 juli – Martinus Rannen
  • 24 juli – Michael Leeven
  • 29 juli – Carolus Wij
  • 31 juli – Anna Maria Galges
  • 14 augustus – Christina Pruijsman
  • 19 augustus – Johannes Baptista Recruet
  • 29 augustus – Augustinus Canon
  • 27 september – Bartholomeus Komtons
  • 27 september – Mattheus Helpen
  • 17 oktober – Bernardus Uijtde
  • 23 oktober – Benedictus Slaever
  • 31 oktober – Nicolaus Nije
  • 13 november – Catharina Vande
  • 1 december – Fredericus Booze
  • 27 december – Elisabeth Tyran

Al deze namen achter elkaar vormen een protest waar waarschijnlijk alleen de ambtenaar van heeft geweten.

‘Enfin, alles gaet om zeep en-de maegere ratten worden vet met gestolen goed, zoodat stelen, herboots rooven, plunderen geene zonde meer en is. Helaes, onder wat tirannen leeven wij: galges, pruijsman, recruet, canon! Komt ons helpen uijt de slaevernije van-de booze tyran.’

GEDOOPT, DAARNA GEBOREN

<B>GEDOOPT, DAARNA GEBOREN</B>

In aktes kun je soms vreemde dingen tegen komen. Eén van de meest bijzondere is een geboorteakte waarin vermeld staat dat het kind eerder is gedoopt dan dat het geboren is… Hoe kan dit?

Schriftelijke machtiging van de officier van justitie

Dit is iets wat je voornamelijk bij oude aktes ziet. In die tijd was het heel gebruikelijk (een tijd zelfs verplicht) dat de vader aangifte deed van de geboorte. Dit moest gedaan worden binnen drie dagen na de bevalling, uitgezonderd zondagen en daaraan gelijkstaande feestdagen (tot 1-1-1995). Na drie dagen kon de aangifte alleen nog gedaan worden met een schriftelijke machtiging van de officier van justitie.

In de tussentijd gedoopt

Het gebeurde wel eens dat de vader na een paar dagen tot de ontdekking kwam dat hij vergeten was zijn kind aan te geven. Om ervoor te zorgen dat hij geen schriftelijke machtiging hoefde te vragen aan de officier van justitie besloot de vader dan om de geboortedatum een paar dagen te verlengen. De geboortedatum viel dan weer in de termijn van 3 dagen. Als het kind in de tussen tijd gedoopt was, en in het doopboek was bijgeschreven, was het op papier eerder gedoopt dan geboren.

HOEPMAN SUIKERWERKEN

<B>HOEPMAN SUIKERWERKEN</B>

Willem Hoepman: plaatsvervangend halte chef

Willem Hoepman, geboren in 1870, begon in 1893 als hulpwegwerker bij de Nederlandse Spoorwegen. Dat deed hij blijkbaar zo goed dat hij al snel promotie maakte tot plaatsvervangend halte chef bij het station Borgercompagnie in Sappemeer.

Personeelsregister: Willem Hoepman

Tijdens het werk kwam Willem in contact met meneer Van Hall, een reiziger (vertegenwoordiger) in suikerwerken. Regelmatig kwam hij met de trein naar Sappemeer om daar zijn producten aan de man te brengen. Tijdens het wachten op de trein is er een hecht contact ontstaan tussen Willem en meneer Van Hall. Waarschijnlijk heeft Willem daardoor besloten om ook iets met suikerwerk te gaan doen.

Het eerste winkeltje

Het huwelijk van Willem en zijn vrouw Jantje Weijer bleef lange tijd kinderloos en dat gaf Jantje de mogelijkheid om wat bij te verdienen. Ze begon in 1895 een eenvoudig snoepwinkeltje. De zaken gingen zo goed dat Willem in 1900 op eigen verzoek eervol ontslag kreeg bij de Nederlandse Spoorwegen. De familie, die inmiddels was uitgebreid met de in 1899 geboren zoon Hindrik, verhuisde naar de Kleinemeersterstraat in Sappemeer. Dit pand is meer geschikt voor het winkeltje dan hun vorige woning. In 1901 wordt hun tweede zoon Pieter geboren.

Willem Hoepman en Jantje Weijer
1895
Bron: dhr. H. de Jong

Fabrikage van suikerwerk

Omdat de zaken goed gaan verhuist de familie Hoepman regelmatig. In 1912 keren ze terug naar de Kleinemeersterstraat waar ze gaan wonen en werken in de voormalige “Bierhalle”. In 1916 wordt er opnieuw verhuist en de nieuwe bewoners van de “Bierhalle” zijn vader en zoon Zandt die het beroep van suikerbakker uitoefenen. Het is dan ook niet verbazend dat er een samenwerking ontstaat en zo drijft de familie Hoepman niet alleen een winkel maar raken ze ook betrokken bij de fabrikage van suikerwerken.

Dit heeft onder andere geleid tot de uitvinding van het schuimblok. Een typisch Nederlands product die ook een spaanse versie kreeg.

Een familiebedrijf met een fabriek

Aan de samenwerking tussen Willem Hoepman en vader en zoon Zandt komt weer een einde. Maar vader en zoon Zandt hebben nog wel een aandeel in het starten van de eerste fabriek. Deze fabriek komt in een voormalige snijboneninleggerij aan het Kieldiep in Hoogezand. In het begin maakt de fabriek nog niet veel winst maar dit wordt goed gemaakt met de winst van de winkel en de grossierderij. Hoe meer de familie Hoepman zijn zaken uitbreidt, hoe meer familie er in de zaak komt werken. Het wordt hiermee een echt familiebedrijf.

De oorlogsjaren

Tijdens de oorlogsjaren ging bijna alles op de bon. Geluk voor de familie Hoepman was dat er ook een bon was voor versnaperingen. Deze bonnen waren “voor personen van elke leeftijd, uitgezonderd houder van bonkaarten voor tabak of cigaretten”. Voor de familie Hoepman betekende dit dat ze hun winkel en de grossierderij open konden houden. Door schaarste van grondstoffen en het steeds moeilijker worden van het transport van de goederen is eind 1943 de fabriek stil gelegd. Het zou tot na de oorlog duren voor de fabriek weer in gebruik werd genomen.

Spierkracht versus machines

Spierkracht wordt vervangen door machines. En niet zomaar machines, ze werden zelf bedacht en door plaatselijke bedrijven gemaakt. Een mooi voorbeeld hiervan is de machine die de spekjes in een ruitvorm kon snijden. Tot die tijd werd dat met de hand gedaan. Om de kosten niet teveel te laten oplopen wordt besloten om het assortiment te beperken tot een paar artikelen.

Bron: Nieuwsblad van het Noorden 6 september 1975

In de fabriek werden niet alleen schuimblokken gemaakt maar ook de bekende spekken “spekkies” en trekdroppen. Zowel van de schuimblokken als de trekdroppen was Hoepman de enige producent ter wereld.

Het einde van een bijzonder bedrijf

Vanaf het begin is Hoepman een familiebedrijf geweest die van vader op zonen over ging. In 2000 is juist het ontbreken van een opvolger de reden dat Hoepman verkocht wordt aan Haribo en wordt daarmee de eerste Haribo fabriek in Nederland. Het besluit van Haribo om de productie van snoep in België te concentreren betekend in 2014 de sluiting van de fabriek. Na de eerdere sluiting van de winkel en de grossierderij het einde van een bijzonder bedrijf van een bijzondere familie.

DAGEN VAN DE WEEK IN 8 TALEN

<B>DAGEN VAN DE WEEK IN 8 TALEN</B>
DUTCH
Zondag
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
Zaterdag

ENGLISH
Sunday
Monday
Tuesday
Wednesday
Thursday
Friday
Saturday
GERMAN
Sonntag
Montag
Dienstag
Mittwoch
Donnerstag
Freitag, Freytag
Samstag, Sonnabend

FRENCH
Dimanche
Lundi
Mardi
Mercredi
Jeudi
Vendredi
Samedi
SPANISH
Domingo
Lunes
Martes
Miércoles
Jueves
Viernes
Sábado

NORWEGIAN
Søndag
Mandag
Tirsdag
Onsdag
Torsdag
Fredag
Lørdag
ITALIAN
Domenica
Lunedi
Martedi
Mercoledi
Giovedi
Venerdi
Sabato
PORTUGUESE
Domingo
Segunda
Terça
Quarta
Quinta
Sexta
Sábado

BEGINNEN MET UW ONDERZOEK

<B>BEGINNEN MET UW ONDERZOEK</B>

Wat wilt u onderzoeken

Als u onderzoek wilt doen begint u altijd hetzelfde. Namelijk met de vraag “wat wil ik weten”. Misschien gaat in uw familie al jaren het gerucht dat één van uw voorouders heeft gevochten in een grote veldslag. Of misschien woonden uw voorouders in Leiden en waren ze slachtoffer van de Leidse gifmengster. Regelmatig vinden mensen na het overlijden van een familielid een kistje met daarin foto’s, kaarten en krantenknipsels en vragen zich dan af wie die mensen waren. Waarom had opa zo’n moeilijk karakter. Dit kunnen allemaal redenen zijn om te beginnen met uw familieonderzoek.

Wat weet u al

Nadat u heeft besloten wat u wilt onderzoeken schrijft u alles op wat u al weet. Namen, relaties met andere personen, data en plaatsen van geboorte, huwelijk, echtscheiding, overlijden en begraven/cremeren.

Vraag de familie

U weet nu welke informatie u mist en is het tijd om met uw familieleden te gaan praten. Welke informatie kunnen ze aanvullen? Welke verhalen kunnen ze u vertellen over de familie. Mogelijk zijn er foto’s die u nog niet heeft. Vraag dan meteen wie de personen op de foto’s zijn en waar/waarom de foto gemaakt is. U zult later spijt krijgen als u het nu niet vraagt. Noteer van wie u de informatie krijgt. U weet dan later bij wie u moet zijn als u meer vragen heeft (en die vragen gaan er komen).

Analyseer uw gegevens

Verwerk alle gegevens tot één geheel. U weet nu welke informatie ontbreekt. Probeer deze informatie niet allemaal tegelijk te vinden. Bepaal wat u wilt onderzoeken en probeer u daar aan te houden. Tijdens uw onderzoek zult u allerlei interessante dingen tegen komen die u ook graag zult willen onderzoeken. Noteer dit en bewaar het onderzoek voor een later tijdstip.

Waar vind u meer informatie

Als u alles weet wat in de familie bekend is dan is het tijd om verder te zoeken. Voor genealogisch onderzoek kunnen dit heel uiteenlopende locaties zijn. Veel informatie is op het internet te vinden. Maar ook in bibliotheken, archieven van rechtbanken, kerken, notarissen. Een groot misverstand is dat gemeentes hun hele archief online hebben staan. Veel bevolkingsregisters en geboorte- huwelijk en overlijdensaktes staan online maar in het archief is zoveel meer te vinden. Denk hierbij aan de militieregisters, personeelsregisters en de notulen van de gemeenteraad.

DUITSE VOOROUDERS

<B>DUITSE VOOROUDERS</B>

In bijna iedere familie komen ze voor, Duitse voorouders. Informatie vinden is vaak frustrerend maar gelukkig niet onmogelijk.

De belangrijkste reden hiervoor is dat Duitsland pas sinds 1871 een verenigd land is.

Duitsland bestond uit verschillende koninkrijken en hertogdommen

  • Saksen
  • Pruisen
  • Württemberg
  • Beieren
  • Baden
  • Hamburg
  • Lübeck
  • Bremen

Allemaal hebben ze een eigen archief en allemaal hadden ze hun eigen methoden om gegevens bij te houden en te archiveren.

Om Duitse voorouders te vinden is het dus belangrijk om te weten uit welk gebied ze komen. Maar daarmee bent u er nog niet.

Sinds 1871 is het een verenigd land, maar het Duitsland van die tijd is anders dan het Duitsland zoals wij dat nu kennen. In 1919 moest Duitsland gebieden afstaan aan onder andere Denemarken, Polen, Frankrijk en België. Na de tweede wereldoorlog werden delen Duits grondgebied overgedragen aan  Polen, Tsjechoslowakije en de USSR.

Het is goed mogelijk dat u gegevens over uw Duitse voorouders buiten Duitsland moet zoeken.

Hoe komt u meer te weten over uw Duitse voorouder

Tijdens uw familieonderzoek bent u een voorouder tegengekomen die in Duitsland is geboren. Hoe komt u meer te weten over deze Duitse voorouder.

  • Probeer zoveel mogelijk informatie te vinden over deze voorouder en zijn/haar familie.

In de eventuele trouwakte en akte van overlijden kunt u veel nuttige informatie vinden. Deze aktes zijn in Nederland te vinden (ervan uitgaande dat uw voorouder in Nederland getrouwd is). In deze aktes staan soms de namen van de ouders vermeld en of de ouders nog in leven zijn.

  • Probeer zoveel mogelijk informatie te vinden over eventuele broers en/of zussen van uw voorouder. Op dit moment zijn vooral de namen, geboortedata en geboorteplaats belangrijk omdat die iets zeggen over waar de familie in Duitsland gewoond heeft.
  • Probeer zoveel mogelijk informatie te vinden over de kinderen van deze voorouder. Omdat kinderen vaak werden vernoemd naar ouders en grootouders kunnen de namen van de kinderen een waardevolle bron van informatie zijn.

Als u bovenstaande gegevens hebt verzameld weet u in welk koninkrijk of hertogdom uw voorouder is geboren, misschien zelfs de geboorteplaats. De geboorteplaats is belangrijk omdat veel documenten die voor uw genealogisch onderzoek belangrijk zijn regionaal worden opgeslagen. Er is geen centraal Duits archief waar alles wordt bewaard en toegankelijk is.

U weet nu met welk (streek)archief u contact kunt opnemen om meer te weten te komen over uw voorouders. Houd wel rekening met eventuele kosten die het archief in rekening kan brengen voor het door hen gedane onderzoek.